Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de opinie-sectie. Zoals de titel aangeeft, wordt er vaak in gemopperd over de huidige stand der letteren, of wordt er ongevraagd advies verstrekt dat je normaal associeert met humeurige oude mannen. Er komen ook onderwerpen aan bod uit de actualiteit.

De weg een beetje kwijt? Deze link brengt je terug naar de homepage van 'Onklare taal'. Hier vind je dan weer een netjes overzicht van opiniestukken die verschenen zijn in o.a. Knack, De Wereld Morgen, De Redactie, Apache en Joop.nl.

zondag 18 december 2016

Generatieconflicten zijn kunstmatig

Eens in de zoveel tijd verschijnt er een opinie die betoogt dat de ‘millennials’, de jongste generatie op de werkvloer, bestaan uit luie, narcistische en in watten gewikkelde kruidje-roer-me-nietjes. Soms volgt daar de even voorspelbare tegenbewering op die dit probeert te logenstraffen, met vaak nog een veeg uit de pan voor de ‘babyboomers’. Maar het is onzin. Zo ook de mening die managementgoeroe Simon Sinek poneert.

Managementgoeroes dienen sowieso al met een korrel zout genomen te worden. Niet zelden zijn ze weinig meer dan astrologen en vogelwichelaars van de moderne tijd, die met fijn klinkende buzzwords en interessante maar moeilijk te bewijzen theorieën de harten (en portefeuilles) proberen te veroveren van managers en bestuurders. Sinek is een voormalige marketingman en ik ben zelf al tien jaar actief in marketing, dus niets van zulke praktijken is me vreemd.

De apocalyps is nabij

Wat alle generaties verbindt, is dat ze zeuren over de jeugd van tegenwoordig. De Soemeriërs, de Grieken, de Romeinen en de Middeleeuwers kloegen allemaal dat de jeugd geen respect meer had voor normen en waarden en dat de maatschappij spoedig zou ten onder gaan aan de luiheid en de goddeloosheid van het jonge volkje. In die aanklacht zit een verscholen vorm van narcisme: “kijk eens hoe veel beter wij waren”.

Maar het gelaakte “langharig, werkschuw tuig” van de jaren ’60 is nu zelf oververtegenwoordigd in raden van bestuur en de hoogste niveaus van de wereld en de enige doemscenario’s die op korte termijn realistisch zijn, zijn grosso modo het werk van wie nu afgeeft op de jeugd. Het zijn niet de millennials die de oceanen hebben overbevist, gestemd hebben op Donald Trump, jungles hebben kaalgekapt of belastingen hebben opgesoupeerd om het casinokapitalisme te betalen.

Duiven en raven

Maar ook dat is geen faire kritiek. Elke generatie heeft zijn luizen in de pels. De volgende grote massamoordenaar is nu misschien 25 en nog bezig aan zijn opgang in de politieke rangen. En er zijn tal van mensen van goede wil onder wie men gemakshalve als ‘babyboomer’ of ‘generation X’ catalogeert, die hard strijden voor een betere wereld.

De Romeinse satiricus Juvenalis schreef ooit: “kritiek gaat tekeer tegen de duiven, doch verschoont de raven”. Wie dus iets staat te roepen over deze of gene generatie, heeft ofwel zelf boter op het hoofd, ofwel heeft die er iets bij te winnen om makkelijk te scoren op de kap van een groep mensen die zich in de mainstream moeilijker kunnen verdedigen.

Beter samen

Het is een zwaktebod om een generationele trend te veralgemenen en te zien als sociale kwalen. Als millennials al luier en hedonistischer zijn dan hun ouders – waar ik overigens nergens harde bewijzen van zie buiten opgeklopte paniekzaaierij – dan is dat een reactie op een maatschappij die ze zelf geen vorm hebben gegeven. Procentueel gezien ligt het zelfmoordcijfer inderdaad hoger bij de millennials, maar dat is misschien ook omdat er weinig mensen zijn van 25 die sterven na uit te glijden in bad.

Nee, een generatie wegzetten als problematisch is negeren dat we over de generaties heen samen veel meer delen dan dat er ons verdeelt. Ik ben de voorvechters van meer gelijkheid en rechtvaardigheid van vroeger erg dankbaar en ik zet met plezier hun strijd verder. Hokjesdenken is nefast voor samenhorigheid en warmte in de samenleving. Zoals zo veel mensen heb ik mijn waarden, zoals hard werk en opkomen voor anderen, mee van mijn ouders, en als ik zelf mag veralgemenen, denk ik dat er weinig jonge mensen zijn die van thuis uit “luiheid” en “narcisme” hebben meegekregen als prima ideeën. Jongere collega’s van me zijn vaak gedreven, ambitieuze en competente mensen geweest die iets wilden maken van hun leven.

Passeren aan de kassa

Ik vraag me af in hoeverre Simon Sinek de laatste jaren nog eens op een echte werkvloer gestaan heeft. Dat Sinek, en met hem zo veel andere tendentieuze opinieerders die in hun bubbel leven van kaderleden, conferenties en glazen torens, een groep mensen waar ze zelf weinig contact mee hebben van narcisme betichten terwijl ze zich dik laten betalen als marketingsterren, lijkt me een bijna komisch geval van projectie.

zaterdag 3 december 2016

Niets zo politiek correct

Een gegeven boek kijk je niet in de kaft. Toen een vriendin me 'Kijk niet zo, konijntje' schonk van Marnix Peeters, trok ik een sceptische wenkbrauw op. Ik had weliswaar nog geen boek van Peeters gelezen, maar uit zowat alles wat ik wist over zijn oeuvre, dacht ik niet dat ik zijn boek graag ging lezen. Mijn vooroordeel over hem was dat hij een soort Brusselmans van den Aldi was die probeerde om zijn eigen kwalijke meningen weg te stoppen achter het toverwoord "ironie". Maar, beloofde ik de vriendin, ik ging het boek een eerlijke kans geven. Tenslotte verdient het dat ook.

Die 'eerlijke kans' duurde 64 pagina's voor ik het boek dichtklapte. Ik ging online op zoek naar recensies om te zien of ik alleen stond met mijn mening, en daar ziet het er precies naar uit. 'Kijk niet zo, konijntje' is een soort vervolg op 'Natte dozen', waarin Peeters de gefrustreerde, oude fascist Oscar Van Beuseghem opvoert, deze keer in briefformaat. Vele recensenten spreken over "lachsalvo's" of nemen het intussen ergerlijke woord "hilarisch" in de mond. De teneur is dat hoewel Van Beuseghem een compleet fout personage is, er toch wat af te lachen valt met zijn hyperbolische brieven. Dit is het aantal keren dat ik moest lachen: 0.

Voor wie mij niet persoonlijk kent: ik sta bekend als een al bij al vrij geestige man. Ik heb in het verleden niet onaardige satire bedreven en ik kan nog altijd lachen om klassieke Britse comedy zoals 'The Fast Show', 'The Office', 'The Green Wing' of 'Miller & Armstrong'. Ik vraag me af waarom zo veel mensen Peeters grappig vinden. Want de vorm van humor die zijn Van Beuseghem bedrijft, is gewoon een super-sized versie van de gemiddelde reaguurder op HLN.be met een iets rijkere woordenschat. Wat is er grappig aan pagina na pagina te lezen over "negers", "vette koeien" en een stortvloed van beledigingen aan het adres van al wie geen heteroseksuele witte man is?

Eén van de eerste dingen die je leert als iet of wat ingestudeerde lezer is dat je de auteur niet mag gelijkschakelen aan zijn of haar personages. Brett Easton Ellis is zelf geen psychopaat, Vladimir Nabokov was geen pedofiel en Roberto Bolaño zat niet stiekem masturberend 'Mein Kampf' te lezen. Maar deze drie schrijvers hadden iets te vertellen met hun afdalingen in de psyches van duistere personen. Bij Peeters heet het "een spiegel voorhouden", maar het enige dat ik zie in de spiegel, is dat blozende kopje van Peeters zelf, die gniffelt dat hij dat toch allemaal heeft durven opschrijven, dat hij de politiek correcte goegemeente toch maar weer een ferme neus gezet heeft. Welnu, beste Marnix Peeters: er is niets, werkelijk niets zo politiek correct als in het Westen een bak stront kieperen over minderheden en elke groep die enigszins macht bezit, compleet buiten schot laten.

Ik laat ook nog even buiten beschouwing dat het allicht Peeters was die een dik jaar geleden schuilging achter een reeks literaire tirades die voornamelijk gericht waren op het afbreken van het uiterlijk van jonge schrijfsters. Hij heeft altijd ontkend dat hij het was, maar laten we elkaar geen Liesbeth noemen. Peeters geniet de bescherming en promotie van een groepje mediamensen en ex-collega's die zichzelf vermoedelijk vrij links vinden omdat ze Ronny Mosuse een toffe vent vinden en hun vrouw niet slaan, maar die ver buiten de realiteit leven van wat het betekent om dag in dag uit te moeten opboksen tegen een sociale orde die doordrenkt is van allerlei -ismen.

'Kijk niet zo, konijntje,' is die vervelende moppentapper op café die een enorm racistische mop vertelt, zegt dat het "ironie" is en diezelfde mop in diverse variaties nog 30 keer herhaalt. Het is de foute Obama-speculaas, maar dan geproduceerd op industriële schaal. Het is de onnozelaar die "slikken, slet" brult als student op een cantus, maar dan 40 jaar later aan zijn bureau. Het is één oprisping van gal tegen het revolutionaire idee dat ook mensen die geen witte, heteroseksuele mannen zijn, misschien even zo goed personen zijn.

Valt er nog wat te redden aan het boek, eigenlijk? Is het goed geschreven? Niet echt. De stem die Van Beuseghem meekrijgt, is niet pedant genoeg om een snoeverige reactionaire intellectueel te zijn, en niet volks genoeg om aan het kaliber te kunnen van een toogfascist. Alle vergelijkingen liggen enorm voor de hand. Met taal en stijl worden geen spannende dingen gedaan. Vermoedelijk heeft Peeters zich nu en dan laten inspireren door de 'viezentist'-episode van Louis Paul Boon, maar als hij tot aan de enkels komt van Boon, mag hij al blij zijn. Plus: Boon kwam er voor uit dat hij een vies ventje was. Peeters verschuilt zich achter het vijgenblad van de ironie.

In mijn onuitgegeven roman 'Fragmentariërs' schreef ik vorig jaar dit: "Ze zeggen altijd, “die Brusselmans, je moet het hem toch nageven”. Of, “die Brusselmans, die kan ondanks alles een aardig stuk schrijven.” Dat zou geen zinnig mens mogen ontkennen, en wie zich in de jaren ’90 stoorde aan zijn vuilschrijverij, belandde precies in de lappenmand waar Dirty Old Herman ze wilde. Toch valt er wat af te dingen op zijn werk en op dat van sommige van zijn generatiegenoten, zoals [pdw] of sterjournalist Serge Simonart. Het zijn allemaal misogyne figuren die ik verantwoordelijk acht voor het terug in voege komen van een cool soort vrouwenhaat, alsof alles wat de vrouwenbeweging wenste te bereiken, vanaf 1991 bereikt was, en we rustig terug konden gaan naar vrouwen wegzetten als hysterische miekes en moekes, en dat ze voor de rest vooral mooi moesten zijn en lekker kunnen pijpen."

Maar jammer genoeg heb ik geen uitgever, en Marnix Peeters wel. Blijkbaar verstaat Peeters wel de kunst van zich in de anus wurmen van Vlaamse PDG's van de literaire beau monde die ook het seksisme van de Brusselmansen en de Simonarts plezant vinden, en ik niet. Als dat de prijs is die ik moet betalen om oprecht te blijven werken aan een beter oeuvre dat iets te zeggen heeft, dan betaal ik die graag.