Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de opinie-sectie. Zoals de titel aangeeft, wordt er vaak in gemopperd over de huidige stand der letteren, of wordt er ongevraagd advies verstrekt dat je normaal associeert met humeurige oude mannen. Er komen ook onderwerpen aan bod uit de actualiteit.

De weg een beetje kwijt? Deze link brengt je terug naar de homepage van 'Onklare taal'. Hier vind je dan weer een netjes overzicht van opiniestukken die verschenen zijn in o.a. Knack, De Wereld Morgen, De Redactie, Apache en Joop.nl.

woensdag 28 september 2016

De prijs van de domheid

Om maar onmiddellijk dramatisch pirouettes dansend met de deur in huis te tuimelen: al zowat heel m'n leven, voor zover ik me dat kan herinneren, krijg ik geen greep op de domheid. Omdat iets beweren over intellectuele vermogens zelfs zonder dat je nog maar een groep noemt, al direct enkele heethoofden naar hun toetsenbord doet grijpen, is het misschien best om eerst even te gaan definiëren wat dat nu eigenlijk is, domheid. Wel, daarvoor moet je eerst weten wat intelligentie is. Onder intelligentie heb ik altijd dit verstaan: "de som van iemands concrete en abstracte probleemoplossende vermogens". Een deel daarvan is tamelijk goed meetbaar, een ander deel moeilijk of zelfs niet, ook omdat het relatief is ten opzichte van hoe intelligent je omgeving is. De gemiddelde volwassen Belg is op veel vlakken in vergelijking met zijn proletarische voorvader die elke dag 12 uur in een stinkende fabriek stond te werken, een genie. Maar zet diezelfde Belg in de diepste jungles van Papoea Nieuw-Guinea, en in vergelijking met de Papoea's zal die Belg overkomen als de domste persoon die ze ginds ooit tegengekomen zijn. Een andere wezenlijke component van intelligentie is dus ook kennis.

We lopen nu even het blokje om en komen terecht bij de domheid: de som van onvermogens om met concrete en abstracte problemen om te gaan, plus een gebrek aan kennis. Alvast deze ironisch observatie: wie dit leest, is niet dom. Domme mensen en intelligente mensen leven grotendeels in gescheiden werelden, maar in grote mate wijt ik die scheiding aan die werelden dan aan aangeboren vermogens van individuen. Een oliedomme kroonprins van dit land zal bijvoorbeeld nog steeds begeleid worden door de beste leraren, kennis maken met de wereld en bepaalde vaardigheden aanleren om te kunnen overleven in een omgeving die intelligenter is dan gemiddeld. Aanleg speelt een rol. Je kan een drol maar zo lang polijsten. Maar toch geloof ik, na nu en dan over een periode van meer dan 25 jaar stil te staan bij waarom sommige mensen zo ontzettend dom zijn, dat domheid in de eerste plaats sociaal bepaald is. Bijvoorbeeld in het wereldberoemde 'Freakonomics' staat dat indicator nummer één of een baby zal opgroeien tot een gediplomeerde universiteitsstudent* het diploma van zijn ouders is. Of iemand kan doorstuderen, wordt in hoofdzaak bepaald door materiële omstandigheden.

Maar wacht! Wordt er ook niet vaak gezegd dat er te veel universitairen rondlopen? Volgens de logica van de arbeidsmarkt: min of meer. En zoals de asterisk hierboven aangeeft, zijn sommige universitairen echt reusachtige dommeriken. Daardoor komen we bij het tweede punt over het waarom van de domheid. Doordat het idee leeft dat een diploma waar je langer voor studeert, meer sociale en economische waarde heeft, worden veel mensen gepusht om een traject te volgen dat niet beantwoordt aan hun talenten. Een anekdotisch voorbeeld: ik vind mijn vader een intelligente man. Hij studeerde technisch onderwijs omdat hij daar het meeste affiniteit mee had. Nog steeds is hij een kei in reparaties, machines, verfijnde motorische ingrepen en doe-het-zelf-operaties. Vandaag verdommen veel mensen zichzelf door mee te stappen in een opgelegd hiërarchisch denkkader dat de ene richting boven de andere plaatst, en kunnen ze dommer uit een richting komen dan dat ze erin gestapt zijn. Hoe veel briljante loodgieters zijn we niet verloren ergens in een richting secretariaat?

Ik heb het over twee oorzaken gehad van domheid, maar nu kom ik op gladder ijs. In de persoonlijkheidspsychologie wordt aangenomen dat er een correlatie is tussen de eigenschap nieuwsgierigheid en het kenmerk intelligentie. Dat betekent dus dat domme mensen meestal niet nieuwsgierig zijn. Maar dat wordt volgens mij nog verergerd door een ander kenmerk van wat iemand dom maakt, namelijk dat domheid beneden een bepaald niveau de domme persoon net het vermogen ontneemt om kennis te sorteren en op te nemen. Het is niet dat pientere mensen nu en dan geen gekke dingen geloven of bij de neus genomen worden door desinformatie, maar bijvoorbeeld Nigeriaanse scammers schrijven hun e-mails opzettelijk in slecht Engels omdat enkel domme mensen geen argwaan voelen bij die kromtaal en langer zullen blijven meegaan in het spel. Iemand die wat slimmer is en er initieel toch in zou trappen als de mail foutloos geschreven was, die stapt er al snel terug uit. De scammers weten dat ook en halen daarom een hogere ROI door opzettelijk slecht te schrijven.

Is domheid een maatschappelijk probleem? Absoluut. We leven in de tijd van het dingen moeten benoemen en als we de Niagara aan lifestyle-magazines en -blogs die dagelijks over ons uitgestort wordt zouden moeten geloven, dan is alles aan ons maakbaar (terwijl ik soms ook denk "rot op met je lifehacks en je diëten op basis van piemelkaas"). We lezen over hoe veel depressie ons kost of wat ongezonde voeding betekent voor ons welzijn, maar over de kostprijs van de domheid blijft het oorverdovend stil. Misschien kan men dan geen "oorlog tegen domheid" ontketenen omdat het een containerbegrip blijft en omdat er relatief gezien altijd domme mensen zullen zijn, maar buiten het taboe-elitaire smaakje dat er kleeft aan openlijk de prijs van domheid bespreken, zijn er simpelweg ook veel te veel instanties die wel varen bij de domheid van anderen. Bijvoorbeeld verstrekkers van snel krediet, catfishers of de fraudulente belspelletjes die jarenlang hun gang konden gaan.

Maar er is ook een politieke kost aan domheid verbonden. Al sinds de jaren '20 zijn hard-rechtse bewegingen er als de kippen bij om progressieven te verwijten dat ze de volksgeest en het buikgevoel versmaden. In de jaren '80 was het eveneens rechts dat succesvol de emotie van de witte identiteitspolitiek wist uit te buiten door domme mensen tegen zichzelf te laten stemmen, en voor een herverdeling van de rijkdom van onderuit. Opnieuw is het niet dat er tussen de kiezers van een Ronald Reagan geen intelligente mensen zaten. Bovendien zijn minder ontwikkelde mensen wel degelijk in staat een solidaire en progressieve stem uit te brengen, maar de schaamteloze manipulatie van de ergste excessen die aan domheid verbonden zijn (gebrek aan nieuwsgierigheid, gebrek aan inzicht in het eigen gebrek vermengd met een terecht klassenressentiment) heeft die impuls grotendeels uitgewist. Dit heeft op veel vlakken de sociale vooruitgang in het Westen en zelfs in de wereld enorm veel schade toegebracht.

Nee, het is zeker niet dat betere en juistere informatie presenteren aan racisten hen per se minder racistisch zal maken (soms zelfs integendeel). Maar op fantasmen gestoelde politieke bewegingen kunnen enkel een feitenvrij universum scheppen als de condities er zich toe lenen, en aan die condities kan de maatschappij wel iets veranderen. Nu en dan fantaseren sommige intellectuelen er in besloten kamers over om een cijnskiesrecht te baseren op intelligentie, maar de praktische moeilijkheden ervan daar gelaten, is dat de zaken volledig omdraaien. Het komt er niet op aan om mensen te straffen voor hun gebrek aan kennis of inzicht of hun sociale achtergrond, maar om hen te helpen naar het volgende niveau te komen. Belanden we zo aan bij een rondje ouderwetse en paternalistische volksverheffing? Misschien, een kant en klare oplossing heb ik ook niet, vooral omdat het gaat over een octopus van een probleem die nog niet eens redelijk benoemd kan worden zonder hysterie. Maar het alternatief - de empowerment van domheid - is tien keer erger.

* Er bestaan natuurlijk archiedomme mensen met een diploma van het hoger onderwijs, net zoals er slimme mensen bestaan zonder diploma.