Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de opinie-sectie. Zoals de titel aangeeft, wordt er vaak in gemopperd over de huidige stand der letteren, of wordt er ongevraagd advies verstrekt dat je normaal associeert met humeurige oude mannen. Er komen ook onderwerpen aan bod uit de actualiteit.

De weg een beetje kwijt? Deze link brengt je terug naar de homepage van 'Onklare taal'. Hier vind je dan weer een netjes overzicht van opiniestukken die verschenen zijn in o.a. Knack, De Wereld Morgen, De Redactie, Apache en Joop.nl.

maandag 26 november 2012

Willen is kunnen

Ik heb het geluk veel mensen te kennen die net als ik graag lezen. Dat is erg fijn. Wat me opvalt, is dat velen onder hen de Nederlandse literatuur links laten liggen en liever Engelse literatuur ("in het Engels!") lezen, en ik heb het hier niet over mensen die rondhangen in hellecirkels waar '50 Shades' en 'Twilight' gelden als literatuur, noch over verstokte anglisten.

Zelfhatende Nederlandstaligen?

Nederlandstalige intellectuelen hebben een koele relatie met hun eigen taal. Ik heb al een paar keer de mening mogen aanhoren dat men beter het Nederlands zou afschaffen en vervangen door het Engels, of dat Nederlands toch gedoemd is om uit te sterven en volledig door Engels uitgeroeid te worden. Staan op de schoonheid van het Nederlands wordt gezien als wat schoolmeesterachtig, of pleiten voor taalzorg wordt gemakshalve gecatalogeerd onder besognes van rechtse zakken. Ik ben zo links als ze komen, dus die tegenwerping schiet alvast mijlenver haar doel voorbij.

In plaats van de zeiksnor uit te hangen en te zeggen dat mensen die Engelse literatuur prefereren onder het juk zitten van Angelsaksisch cultureel imperialisme, een kwalijk minderwaardigheidscomplex of een verkeerd beeld hebben van de Nederlandse literatuur, ga ik graag in op manieren om 'onze' literatuur terug beter en aantrekkelijker te maken. Ik probeer me daar niet bij te verliezen in stuntelige aanvallen op auteurs die ik niet gelezen heb, maar kom, nu moet me toch wat van het hart: er wordt te veel brol geschreven, en er heerst in de kleine kringen van de literatuur al te vaak een 'kleren van de keizer'-mentaliteit.

Middelmaat heerst

Ik ga niet zo gauw zwart op wit een andere schrijver afzeiken, omdat het makkelijk is om dat te zien door de lens van iemand die nog niet gepubliceerd heeft en dus wel gefrustreerd moet zijn. Ook blijven de slechte boeken die ik in het Nederlands gelezen heb beperkt tot schrijvers die uiteindelijk niet zo'n florissante carrière meer blijken te hebben. 'Slaap', een vrijblijvend boekje, werd aanvankelijk onthaald als voorbode van een nieuwe generatie jong talent, maar enkele jaren na de hype wordt Annelies Verbeke beter ingeschat als niet onverdienstelijk, maar zeker niet de persoon die de Lage Landen zal verbazen met haar hoogstaand proza. Dimitri Verhulst lijkt eenzelfde lot beschoren, en terecht.

Wie ik het nu wel even over wil hebben, is Arnon Grunberg. Ik lees z'n columns in Humo, volg zijn reportages, heb 'De mensheid zij geprezen' en nu 'De Joodse messias' gelezen. Iemand moet me uitleggen waarom die man vandaag geldt als één van de grote namen in de Nederlandse literatuur. Als je als taalliefhebber en lezer Grunberg voorgeschoteld krijgt als top van de lokale literatuur, zou je van lieverlee vluchten naar Engelstalige auteurs. Alleen al dat treiterende, neerbuigende 'u' van zijn columns die vaak nergens naartoe gaan. Je kan columnisten als Camps en Dewulf verwijten dat het als simpel geweten verpakte aanstellers zijn, maar ze hebben tenminste nog wat te zeggen.

Dan was er 'De mensheid zij geprezen', zo'n boek dat aanvoelde als een iets te luide grappenmaker die eindeloze variaties vertelt op dezelfde mop en je de pointe er nog bij uitlegt ook. Ik dacht toen dat ik misschien het verkeerde boek had uitgekozen. Grunberg is een gelauwerd schrijver, dus al die andere lezers en literaire experts zullen het wel beter weten, zeker? 'De Joodse messias' is niet veel beter, jammer genoeg. Houterige dialogen, die irritante 'heb je 'm, heb je 'm?'-ironie, zinnen die uitdrukkelijk dingen naar de gunst van mensen die niet zo'n uitgebreide woordenschat hebben opdat ze zich niet te dom zouden voelen, en ga zo maar verder.

Ook herinner ik me nog de fameuze polemiek tussen Grunberg en A.F.Th. van der Heijden. Wat een zielige vertoning was me dat. Een orkaan van platitudes en gratuite beledigingen die al gauw met literatuur niks meer te maken hadden.

Grunberg staat niet alleen met zijn problemen. Ik heb alleen hem als voorbeeld gekozen precies omdat hij zo gekend en geprezen is. Je zal me ook niet horen afdalen in hysterische drukdoenerij over waarom zijn werk gepubliceerd wordt. Het is niet dat hij niets kan of dat ik denk dat de uitgeverswereld collectief zijn verstand verloren heeft. Het is gewoon dat het allemaal zo wraakroepend middelmatig is. In de Angelsaksische wereld hadden ze er al lang een redacteur of drie op gezet, en was hij zeker niet verheven geraakt tot de top.

Tegenargument

Ik hoor met gestage tred al enkele Grunberg-verdedigers aan komen. De argumenten zullen luiden als volgt:

1. "Heb je wel genoeg gelezen?" Dat kan een zeer geldig argument zijn, maar ik denk dat m'n referentiekaders intussen voldoende breed zijn om enerzijds een boek op z'n eigen verdiensten te beoordelen, en dat ik anderzijds al genoeg Grunberg achter de kiezen heb om te zien dat zijn amechtig proza geen eenmalige uitschuiver is.

2. "Over smaak valt niet te twisten." Wel wel, het zijn de jaren '60 aan de lijn, ze willen graag hun relativisme ad absurdum terug. Bovendien kan je wel discussiëren over smaak.

3. "Anton Voloshin stelt zelf weinig voor als schrijver." Ook dat is geen excuus. Een theatercriticus hoeft ook zijn strepen niet verdiend te hebben als regisseur of acteur om een gedegen mening te kunnen hebben over theater.

Kleine markt is geen excuus

Literatuurgezinde personen laken het feit dat uitgevers zich volop in de commercie gestort hebben. Uitgevers klagen zelf dat er met literatuur haast geen geld meer te verdienen valt. Je hebt daar natuurlijk een probleem als je potentiële publiek in eerste instantie maar 23 miljoen mensen bevat, tegenover een honderden miljoenen mensen die Engels kunnen begrijpen. Dan nog, dit mag geen excuus zijn waarom er zo veel slecht geschreven wordt, wel integendeel.

Bovendien is er nog een ander argument: Nederlandstalige auteurs zijn erg zelden populair in vertaling. Daar zijn al allerlei redenen voor aangevoerd, maar er is kennelijk niemand die durft opperen dat dat komt omdat de meesten onder hen gewoon niet goed genoeg zijn. Tsjechisch en Zweeds zijn talen met meer dan de helft minder sprekers dan het Nederlands, en toch hebben Tsjechië en Zweden internationaal gerenommeerde literatoren én schrijvers van bestsellers voortgebracht.

Gekmakend potentieel

Ik geloof erg sterk dat er veel potentieel zit in het Nederlands. Ik verdien dan wel mijn brood met Engels, maar ik ga nooit m'n missie opgeven om de gereedschapskist van het Nederlands ten volle te benutten om mooie dingen te proberen maken.

Het gaat verder dan de taal op zich. Nederlands zit in een prachtige geografische positie, als kruispunt tussen Engels, Duits en Frans, drie wereldtalen die voldoende overeenkomsten en kruisbestuivingen vertonen met onze taal zodat lenen, vertalen en hertalen veel makkelijker wordt dan als je pakweg moet gaan vertalen uit het Hongaars of het Turks.

Maar mooie resultaten kunnen niet geboekt worden zolang de literatuurwereld zelf niet streeft naar meer uitmuntendheid. Anders zullen we Grunberg na Grunberg zien komen en gaan, uit een steeds verder slinkend leespubliek dat naderhand ook nog maar zal kunnen kiezen uit boeken van een viertal uitgeverijen.

Vadermoord

Ik heb al eerder een lijst met suggesties gegeven wat we kunnen doen om deze middelmaat te ontvluchten en boven onszelf uit te stijgen. In tussentijd: voel je als lezer absoluut niet verplicht om dingen goed te vinden omdat de media het promoten, of omdat sommige boeken op gedwee geknik van andere lezers onthaald worden. Het is geen nestbevuiling om te zeggen dat er aan de top geen plaats is voor de Grunbergen, Palmens en Verhulsten van deze wereld.